De literaire canon in de klas

Karakter

Karakter

Ferdinand Bordewijk

"Dat dit mijn laatste bezoek aan u is, ik zeg u voorgoed vaarwel, ik erken u niet meer als mijn vader, als wat ook, u bestaat niet meer voor mij."

± 5 lesuren

3e graad +

  • identiteit en overtuiging
  • droom en ambitie
  • wet en maatschappij
Naar voorleestekst Hoe gebruik ik dit leermiddel?

KORTE INHOUD

In Karakter vertelt de Nederlandse auteur Ferdinand Bordewijk het verbijsterende verhaal van Jacob Willem Katadreuffe, de onechte zoon van Jacoba Katadreuffe en deurwaarder Arend Barend Dreverhaven. Deze drie karakters verhouden zich tot elkaar als water en vuur. Ze doen elkaar voortdurend de duvel aan, maar worden ook onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken. Karakter – de ondertitel luidt Roman van zoon en vader –  is een intrigerende tocht doorheen de donkere psyche van de mens, waarbij geen enkele van de personages ééndimensionaal wordt weergegeven. In erg beeldend en plastisch taalgebruik wekt de auteur hen niet alleen tot leven, hij becommentarieert hen ook.

EINDTERMEN

  • ✓ Nederlands

  • ✓ Cultureel bewustzijn

  • ✓ Sociaal-relationele competenties

IN DE CANON

Ferdinand Bordewijk studeerde rechten en werkte als advocaat, daarnaast werd hij ook een belangrijk auteur. Zijn zakelijke stijl – Bordewijk wordt vaak beschouwd als een vertegenwoordiger van de nieuwe zakelijkheid – ontleende hij naar eigen zeggen aan zijn beroep. Het succes van de verfilmingen van Karakter toont aan dat de thematiek tijdloos en universeel is. 

DOWNLOAD DE VOORLEESTEKST

Je kan kiezen voor een versie met alleen de tekstfragmenten, of voor een versie waarin ook de gespreksvragen zijn opgenomen. Zo kan je zelf bepalen wat je al dan niet met de leerlingen deelt. De versie met vragen is bedoeld als houvast voor de leerkracht. Het is bovendien perfect mogelijk om zonder voorleestekst te werken en de leerlingen enkel te laten luisteren.

Karakter

Voorleestekst met enkel tekstfragmenten

Download

Karakter

Voorleestekst met gespreksvragen

Download

EINDTERMEN

NEDERLANDS

  • De leerlingen bepalen het onderwerp, de hoofdgedachte en de hoofdpunten bij het doelgericht lezen en beluisteren van teksten.
     
  • De leerlingen beoordelen doelgericht informatie op betrouwbaarheid, correctheid en bruikbaarheid bij het lezen en luisteren.
     
  • De leerlingen selecteren relevante informatie bij het lezen en beluisteren van teksten. 
     
  • De leerlingen nemen notities bij het lezen en beluisteren van teksten.
     
  • De leerlingen spreken en schrijven doelgericht. 
     
  • De leerlingen drukken zich creatief uit met taal. 
     
  • De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie. 
     
  • De leerlingen zetten doelgericht strategieën in ter ondersteuning van informatieverwerking en communicatieve handelingen. 
     
  • De leerlingen zetten eerder en nieuwverworven woordenschat in ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen. 
     
  • De leerlingen passen inzicht in het taalsysteem toe ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen. 
     
  • De leerlingen passen inzicht in taalgebruik toe ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen. 
     
  • De leerlingen analyseren het effect van taaluitingen, taalvariëteiten en talen op identiteitsvorming en sociale omgang. (enkel 3e graad)
     
  • De leerlingen illustreren de relatie tussen taal en identiteitsvorming.  (enkel 3e graad, finaliteit arbeidsmarkt)
     
  • De leerlingen geven overeenkomsten en verschillen aan in taaluitingen, taalvariëteiten en talen. (enkel 2e graad)
     
  • De leerlingen verwoorden de eigen beleving en interpretatie van literaire teksten.
     
  • De leerlingen gaan in interactie over de relevantie van literaire teksten voor hun leefwereld (enkel 3e graad, finaliteit arbeidsmarkt), voor de samenleving waarin ze leven en voor de samenleving waarin de teksten ontstonden. (enkel 2e graad finaliteit doorstroom en 3e graad, finaliteit doorstroom en dubbele finaliteit)

 

CULTUREEL BEWUSTZIJN

  • De leerlingen reflecteren over eigen beleving bij uiteenlopende kunst- en cultuuruitingen.
     
  • De leerlingen doorlopen een artistiek-creatief proces vanuit verbeelding.

 

SOCIAAL–RELATIONELE COMPETENTIES

  • De leerlingen gaan respectvol en constructief met anderen in interactie rekening houdend met elkaars grenzen.

ANDERE LEERMIDDELEN

Pallieter

Pallieter

Het leven en de dood in de ast

Het leven en de dood in de ast